Jonge haasjes. Wel of niet helpen?

De lente is aangebroken. De tijd waarin veel dieren worden geboren, zo ook haasjes. Zie je een jong haasje muisstil in een weiland of langs de weg liggen? Dan is je eerste reactie waarschijnlijk dat je het diertje graag wilt helpen. En dat snappen we heel goed. Toch kan je dit beter niet doen. We leggen je graag uit waarom.

Overleven door stil te liggen

In het voorjaar krijgen we regelmatig meldingen van mensen die een klein konijntje vinden. Hulpeloos langs de weg of in een weiland. Wanneer we doorvragen, merken we al snel dat het niet om een konijntje gaat, maar een jonge haas. Hoewel beide dieren met hun lange oren en fluffy vacht veel gelijkenissen hebben, is een jong haasje in het wild minder hulpeloos dan je wellicht denkt. Hazen maken namelijk geen hol. De jonge hazen verstoppen zich daarom vaak in het hoge gras tot hun moeder ze weer roept. De diertjes overleven dan juist door heel stil te blijven liggen. En rennen dus niet weg als je naar ze toe loopt.

Raak jonge haasjes niet aan

Het is ontzettend belangrijk dat je het jonge haasje laat liggen en niet aanraakt. Mamahaas weet namelijk precies waar haar kroost is en komt meestal in de avond na zonsondergang weer terug om ze te roepen en te voeren. Ze heeft haar jongen dus niet verlaten. Omdat jonge haasjes geurloos zijn, kunnen vossen, marters, honden en katten de haasjes niet ruiken. Maar raak je ze aan? Dan breng je jouw geur over op het diertje. Vanaf dan worden ze wél opgemerkt door roofdieren.

Laat jonge haasjes liggen

Veel mensen denken dat jonge haasjes die door mensen zijn aangeraakt, verstoten worden door hun moeder. Dat is een misverstand. De moederhaas zal juist haar best doen om de mensengeur van haar jong af te likken en verdedigt haar jongen tegen roofdieren. En zelfs wanneer de moederhaas is overleden, worden de jonge haasjes opgevangen door hun ‘tantes’ in de buurt. Het is daarom enorm belangrijk dat je een jong haasje gewoon laat liggen.

Wanneer mag je een haasje wél oppakken?

Jonge haasjes aanraken, is dus eigenlijk een no go. Toch kan het in bepaalde situaties noodzakelijk zijn. Bijvoorbeeld wanneer een hond of kat het jonge haasje in de bek heeft, kraaien of meeuwen het voorzien hebben op het jonge haasje, het haasje gewond is of wanneer het jonge haasje midden op een sportveld of bouwterrein ligt. Pak het haasje in dat geval alleen op met handschoenen of een handdoek, leg het op een veilige plek terug in het gras én in de buurt waarvan je het haasje gevonden hebt. Twijfel je of een haasje in nood is en/of naar de opvang moet? Neem dan contact op met een wildopvangcentrum in de buurt voor advies.

Een jong konijntje of een jonge haas?

Volwassen konijnen en hazen kunnen veel op elkaar lijken. Maar tussen jonge konijnen en jonge hazen zijn er duidelijke verschillen. Zo worden jonge konijnen kaal en met hun oogjes dicht geboren. Jonge hazen hebben daarentegen vanaf hun geboorte juist een flinke vacht en hun ogen al open. Twijfel je of je te maken hebt met een jong konijntje of een jonge haas? Check dan altijd deze kenmerken.

Asiel vol liefde

Valentijnsdag!

Binnenkort is het weer Valentijnsdag – een dag waarop de liefde wordt gevierd, maar ook een dag waarop je je extra eenzaam kunt voelen. In ons asiel in Harmelen willen we daar graag aandacht aan besteden. Ook wij weten immers hoe belangrijk het is om lief en leed te delen, met een geliefde, een vriend óf een huisdier! Het is onze missie om mensen die een maatje zoeken in contact te brengen met dieren die dolgraag een nieuw thuis zouden vinden. Op ieder potje past een dekseltje, of dat nu een leuk koppel konijnen is, een speelse kitten of juist een lieve, rustige senior. Samen vinden wij de juiste match… en wanneer kan dat nu beter dan met Valentijn?

 

Zondag 11 februari

Mensen die op zoek zijn naar een maatje en een van onze katten of (twee) konijn(en) een fijn nieuw thuis kunnen bieden, zijn op zondag 11 februari tussen 13.00 en 17.00 uur van harte welkom om in ons asiel een Valentijnsgebakje te komen eten en te daten met onze katten en konijnen. We vertonen dan niet alleen leuke filmpjes van onze dieren, maar zijn er ook medewerkers beschikbaar die je van alles over de dieren kunnen vertellen. Bij serieuze interesse kan er kennis worden gemaakt met onze konijnen en kun je hen een wortel voeren of kun je een vervolgafspraak maken voor een live kennismaking met de kat van jouw keuze.

 

Er zijn op deze middag geen rondleidingen en ook kunnen de honden niet worden bezocht. Onze Valentijnmiddag draait echt helemaal om onze katten en konijnen én de Valentijnsgebakjes natuurlijk!

 

asiel vol liefde konijn

Tips voor een konijnenhok buiten in de winter

Nu het echt winter gaat worden en de temperatuur buiten daalt, delen wij graag een aantal tips voor jouw konijnen.

Samen zorgen ze voor warmte

Konijnen horen met zijn tweeën te leven. Zo voorkom je eenzaamheid én kunnen ze elkaar warm houden in de winter. Als het buiten guur is, zul je misschien wat minder vaak naar je konijn toe gaan, dus dan is een lekker warm maatje geen overbodige luxe. Maar je konijnen hebben niet genoeg aan elkaar: in de koude wintermaanden kunnen ze wel wat extra hulp gebruiken, vooral in hun konijnenhok buiten.

Heeft mijn konijn het koud?

In de nek van een konijn zit een kuiltje waaraan je kunt voelen of hij het koud heeft of niet. Dit plekje zit achter de oren. Als dit warm is, is er niets aan de hand. Voelt dit koud aan? Zorg dan dat je konijn op een warmere plek kan gaan zitten. In het hok met lekker vers stro bijvoorbeeld. (Aan de oren voelen heeft geen zin, want deze plek geeft niet aan of ze het warm of koud hebben.)

Is het in de winter te koud buiten voor mijn konijn?

Het antwoord is: nee. Konijnen zijn sterke dieren en hun vacht kan zelfs temperaturen tot -20 graden Celsius aan. Ze hebben een dikke vacht met een hoog isolatiegehalte en speciale vachtkussens onder hun poten.

Let wel op dat zieke konijnen, oude konijnen en babykonijnen hun lichaamstemperatuur niet goed zelf op peil kunnen houden en dus een plekje nodig hebben waar de temperatuur aangenaam en stabiel is.

Een nat konijn is wel extra vatbaar voor kou, dus zorg vooral dat je konijn goed droog en schoon blijft en dat je het hooi en stro regelmatig ververst.

Wat moet er in het konijnenhok buiten in de winter?

Zorg ervoor dat je konijnen een plekje hebben om te kunnen schuilen voor de wind en de regen. Ze kunnen tegen kou, maar niet tegen tocht. Komt er toch wind via de ingang naar binnen? Zet er dan iets voor, zodat ze echt beschutting hebben. Ook vinden ze een dik pak stro in het hok fijn, want hier kunnen ze zich inwroeten en zo houden ze zich warm. Mocht je konijn toch liever buiten zitten in de kou, dan is dat niet erg! Als je konijn het koud krijgt, zoekt hij zelf zijn warme plekjes op.

Wintervoer

Om ervoor te zorgen dat je konijn een goede winterbestendige vacht krijgt, is het belangrijk om hem goede voeding te geven. Goed voer zorgt voor een volle vacht en een dikke vetlaag op de huid, waardoor het konijn beschermd is tegen de kou.

Zorg ook altijd voor onbeperkt hooi, dit zorgt ervoor dat je konijn zich goed warm kan houden. Het groen is vaak weg in de winter, dus het bijvoeren daarvan kan geen kwaad.

Controleer vaak het water, want het flesje bevriest snel als het zo koud is! Er zijn speciale middelen verkrijgbaar waardoor het waterflesje minder snel bevriest. 

Waterbakje

Het is belangrijk dat je het water in een waterbak minimaal één keer per dag ververst. Omdat je in de winter kans hebt dat het water in het waterbakje bevriest, is het verstandig regelmatig het water te controleren en te vernieuwen wanneer dat nodig is. Zo heeft je konijn altijd vers water tot zijn beschikking! Het waterbakje in een dikke laag stro zetten kan ook al wonderen doen.


Hoe komt je konijn zorgeloos de kou door?

Zorg dat je konijn er lekker warm en droog bij zit deze winter, óók in zijn konijnenhok buiten. Geef hem naast extra veel aandacht ook een schoon, tochtvrij en droog hok in de koude wintermaanden.

Let op! Alleen een hok is voor konijnen niet voldoende. Zorg dat je konijnen vrije loopruimte hebben, bijvoorbeeld met een ren. Zorg daarnaast dat ze altijd een veilig en beschut plekje hebben (vrij van wind en regen) voor als ze daar behoefte aan hebben.

Bron: Edupet Education.

Dierenvriend 2023

Met veel plezier presenteren we ons jaarlijkse magazine ‘De Dierenvriend’!

Dit magazine staat boordevol verhalen over het werk van onze stichting: ontroerende updates over geplaatste dieren, interessante projecten én bijzondere gebeurtenissen die we het afgelopen jaar hebben meegemaakt. Voor onze geweldige donateurs en iedereen die de stichting een warm hart toedraagt!

Dierenvriend 2023

 

Jouw huisdier en vuurwerk

Met het einde van het jaar in zicht, komt ook de tijd van flinke knallen en flitsen weer dichterbij. We hebben het natuurlijk over vuurwerk voor en op oudejaarsavond. Voor zowel dieren, als hun baasjes zorgt deze tijd soms voor de nodige stress. Wat kan je als baasje het beste doen?

Algemeen

Of het nu oudejaarsavond is of elke andere dag in het jaar. Een dier kan altijd weglopen. Daarom is het allereerst ontzettend belangrijk dat je jouw huisdier laat chippen en/of te controleren of de registratie actueel is. Dit kan je eenvoudig controleren via www.chipnummer.nl. Zo kunnen we het dier en het baasje snel weer herenigen als het dier de benen heeft genomen. Daarnaast kun je jouw huisdier tijdens oudejaarsavond helpen door de gordijnen, luxaflex of lamellen te sluiten. Zo worden de lichtflitsen in ieder geval gedimd. Laat daarnaast de lichten en de televisie of radio aan staan. 

Ervaart jouw huisdier veel angst tijdens de jaarwisseling? In sommige gevallen zijn er medicijnen beschikbaar die jouw huisdier rust kunnen geven, maar deze kunnen ook verschillende bijwerkingen hebben. Raadpleeg je dierenarts voor de mogelijkheden. Daarnaast bestaan er ook gedragstherapieën en informatiepakketten over onweer en vuurwerkangst. Ook hierover kun je informatie inwinnen bij jouw dierenarts en/of kynologenclub. 

Honden

Waar de ene hond bij iedere knal opschrikt, kijkt de andere hond totaal niet op of om. Toch kunnen beide honden de periode van vuurwerk als niet prettig ervaren. Daarom een paar handige tips op een rij:

  • Laat je hond op zijn eigen vertrouwde plek liggen. 
  • Laat je hond op oudejaarsavond niet alleen. 
  • Houd je hond in de dagen rondom oudejaarsavond goed aangelijnd. Zo kan je hond niet ontsnappen bij een schrikreactie. 
  • Het beste moment om je hond op oudejaarsavond uit te laten is voor 22:00 uur of na 01:30 uur. 

Wil je hond écht niet naar buiten? Laat hem dan bijvoorbeeld uit in de tuin, rij met de auto naar een rustig plekje of laat je hond samen met een andere hond uit die absoluut niet bang is voor- of gestrest raakt van vuurwerk.

Katten

We kunnen ons goed voorstellen dat het soms lastig is om katten die vooral buiten zijn, ineens binnen te houden. Toch raden we echt aan om je kat in de dagen rondom oudejaarsavond niet naar buiten te laten. Geef je kat een eigen vertrouwd plekje in huis. Bijvoorbeeld een eigen kamertje of andere afgesloten ruimte. Vooral katten die gewend zijn om buiten hun behoefte te doen, zitten graag op een schone bak. Zorg er daarnaast dus voor dat jouw kat altijd hierover beschikt. 

Vogels

Word je vogel niet erg enthousiast van vuurwerk? Dat is meer dan logisch. Zet de kooi daarom in de dagen rondom oudejaarsavond op een rustig, donker plekje. Tijdens de avond zelf kun je ook een doek over de kooi leggen, zodat je vogel geen last heeft van alle lichtflitsen. 

Konijnen

Verblijft jouw konijn vooral buiten? Dan is het verstandig om het konijn tijdelijk naar binnen te verhuizen. Zo heeft je konijn geen last van al het geknal. 

Toch geschrokken en/of weggelopen?

Hoe goed je ook oplet en alle nodige maatregelen hebt genomen, het kan altijd gebeuren dat je dier schrikt en de benen neemt. Registreer in dat geval direct je huisdier als weggelopen of vermist. Op onze website én de website van Amivedi

Heb jij je kat gespot in een bosje of onder een auto, maar is je kat nog erg geschrokken? Laat hem dan rustig zitten. Meestal komt de kat vanzelf weer tevoorschijn als het voor hem weer veilig genoeg voelt. 

Fijne jaarwisseling gewenst!

FIV, FIP en FELV. Wat zijn deze drie kattenziektes?

FIV, FIP en FELV zijn drie ziektes die ernstige gevolgen kunnen hebben voor je kat. In dit artikel lees je in het kort meer over de drie ziektes. En kun je de praktische gids met meer informatie downloaden. 

Kattenaidsvirus (FIV)

Het Feline Immunodeficiëntie Virus (FIV), ook wel bekend als kattenaidsvirus, is wereldwijd een belangrijke oorzaak van ziekten bij de kat. FIV tast de witte bloedcellen van het immuunsysteem aan, zodat deze afsterven, beschadigd raken of hun normale functie niet meer kunnen uitoefenen. Dit leidt tot een geleidelijke achteruitgang van het afweersysteem van de kat.

In het beginstadium van de ziekte zijn er vaak nog nauwelijks symptomen zichtbaar. Na verloop van tijd (gemiddeld zo’n twee tot vijf jaar na de besmetting) vermeerderd het virus zich en kan het immuunsysteem van de kat steeds slechter zijn werk doen. Hierdoor hebben de katten die besmet zijn met FIV ook een verhoogd risico op ziekte en een besmetting met andere virussen, bacteriën en overige ziekteverwekkers zoals Toxoplasma gondii. Elke kat kan op elke leeftijd besmet raken, maar de infectie verloopt vaak heel langzaam. Daarom worden klinische symptomen vooral gezien bij katten van middelbare en oudere leeftijd. FIV is helaas niet te genezen. Eenmaal besmet, draagt een kat het virus de rest van zijn leven bij zich. 

Hoewel de naam ‘kattenaids’ anders doet vermoeden en de ziektesymptomen van HIV (bij mensen) en FIV (bij katten) op elkaar lijken, is FIV niet besmettelijk voor mensen. Wil je meer weten over FIV. Download dan hieronder de praktische gids.

Feliene Infectieuze Peritonitis (FIP)

Feliene Infectieuze Peritonitis (FIP) is een ernstige ziekte bij katten die wordt veroorzaakt door een veelvoorkomend diarreevirus genaamd het Feline coronavirus (FCoV). Dit diarreevirus is een zeer besmettelijk, maar eigenlijk helemaal niet zo gevaarlijk voor de kat: na een dagje diarree zijn de meeste katten er verder niet ziek van. Veel katten komen in hun leven het virus wel een keer tegen. Het grootste deel van deze dieren overwint het virus, voor het kwaadaardig kan worden. Bij enkele katten verandert de onschuldige darmvorm van het virus wél in een kwaadaardige variant die ontstekingen elders in het lichaam veroorzaakt. Deze ziekte noemen we FIP (Feliene Infectieuze Peritonitis, besmettelijke buikvliesontsteking van de kat). Deze ziekte is wel ernstig.

Elke kat kan de pech hebben om FIP te krijgen. Katten die in een huis wonen met 6 of meer andere katten,
hebben een verhoogde kans op het ontwikkelen van FIP. 90% van de katten met FIP is minder dan een
jaar oud. De overige 10% is vaak ouder dan 10 jaar.

Er bestaan twee vormen van FIP. Bij de natte vorm staat er veel vocht in de buikholte van de kat. Ook het borstvlies kan ontstoken zijn: er staat dan vocht in de borst. Bij de droge vorm  worden organen aangetast zoals de lever, nieren, darmen, hersenen of het ruggenmerg. Sommige dieren hebben een mengvorm: nat en droog.

Lees meer over FIP in de praktische gids.

Feline Leukemie Virus (FELV)

Het Feline Leukemie Virus (FeLV) is een virus dat wereldwijd voorkomt bij katten en een belangrijke oorzaak van ziekte en overlijden bij katten. Een kat die blijvend (persistent) geïnfecteerd is met dit virus heeft een grote kans op het krijgen van allerlei ernstige ziekten.

FeLV behoort tot dezelfde virusfamilie als het kattenaidsvirus (FIV). Het virus heeft de mogelijkheid om tumoren te laten ontstaan. Daarnaast kan een FeLV infectie leiden tot bloedarmoede en kan FeLV het afweersysteem aantasten. Het virus tast dan de bloedcellen van het afweersysteem aan waardoor deze afsterven of beschadigd raken. Hierdoor wordt een kat gevoeliger voor andere aandoeningen en infecties. Veel katten overlijden aan complicaties door een verminderd afweersysteem, en niet aan tumoren.

Het virus wordt verspreid wanneer er speekseluitwisseling tussen katten plaatsvindt, zoals bij het elkaar wassen, het delen van een voerbak, of door kattenbeten. FeLV kan ook worden overgedragen naar andere katten door contact met urine of ontlasting, bijvoorbeeld in de kattenbak. Het virus kan bovendien door een poes worden overgedragen op haar ongeboren kittens in de baarmoeder, of na de geboorte via de besmette moedermelk.

Wil je meer weten over FELV? Lees dan de praktische gids